Karsen, Johann Eduard ‘Ed’ HUIDIGE COLLECTIE 2018-02-25T11:30:24+00:00

terug naar huidige collectie per kunstenaar

Johann Eduard ‘Ed’ Karsen

1860 – Amsterdam – 1941

Eduard Karsen was de zoon van de romantische schilder Kaspar Karsen (1810 -1896). Hij ging eerst in de leer bij zijn vader en studeerde vervolgens aan de Rijksacademie van beeldende kunsten in Amsterdam. Daar maakte hij kennis met een groep jonge kunstenaars die een bepalende invloed zouden hebben op het artistieke leven in het laat-negentiende-eeuwse Nederland: Antoon Derkinderen, Willem Tholen, Jacobus van Looy, Jan Veth, en Jan Toorop. Hij raakte bevriend met George Breitner en Isaac Israëls, die op de academie in Den Haag zaten. Samen met Willem Witsen, Toorop, Derkinderen en Toorop behoorde hij in 1880 tot de oprichters van kunstenaarsvereniging Sint Lucas. Via Witsen en Albert Verwey werd Karsen ook geïntroduceerd in de beweging van de Tachtigers.

Het mysterieuze, poëtische karakter van de schilderijen van Karsen sloot aan bij het werk van De Tachtigers. Zijn stijl doet denken aan de Haagse School, waarbij de invloed van Breitner duidelijk herkenbaar is. Hij schilderde vooral stads- en dorpsgezichten, en boerderijen geplaatst in het ‘stille schemeruur’ van de ochtend of avond. Menselijke aanwezigheid is in zijn werk tot een minimum beperkt.

Van grote invloed op het leven van Karsen was zijn heftige liefde voor de beeldhouwster Saar de Swart (1861-1951) in 1888.
De Swart bleek echter lesbisch, toonde wel sympathie voor hem, maar wees hem duidelijk af: een grote klap voor Karsen.

Poort van de kerk te Enkhuizen

Karsen-E.-Poort-van-Enkhuizen

E. Karsen (1860 – Amsterdam – 1941), olieverf op doek, 51 x 40,5 cm, gesigneerd rechts onder, tentoongesteld : Buffa A’dam 1901, Huinck Utrecht 1917, Fred. Muller A’dam 1922,
Westfries Museum Hoorn, 2012

Tuin met spiegelbol

Karsen Tuin met spiegelbol

Ed. Karsen (Amsterdam 1860 – 1941 Katwijk-Binnen), olieverf op doek, 37 x 46 cm, gesigneerd links onder. Herkomst : Frederik Muller, Amsterdam, tentoonstelling 1922

Een spiegelbol wordt ook wel een tuinspiegel of heksenbol genoemd. Aan het eind van de 19e en begin van de 20e eeuw stonden ze in de tuinen van landgoederen, vaak op een siersmeedgietijzeren onderstel.

De glimmende bollen, je hebt ze van glas en metaal, weerspiegelen de omgeving. Men dacht dat de bollen onheil en heksen afweerden en boze geesten hypnotiseerden waarna ze in de bol konden worden gevangen. De bollen werden ook wel voor de ramen gehangen. De symbolische betekenis en het praktisch nut is van eeuwen her.

Men plaatste een heksenbal om:

heksen te verjagen;
pluimvee te beschermen tegen roofvogels;
reigers te verjagen die het op de vijver voorzien hebben;
de tuin voor ziektes en plagen te behoeden;
een bruidspaar veel geluk te wensen;
de kruiden- en bloementuin voor ziektes te behoeden;
ziektes en tegenspoed te weren;
kwade geesten te weren of op te sluiten in de bal;
de duivel ermee te verjagen;