Looy, Jacobus van HUIDIGE COLLECTIE 2018-11-16T10:46:20+00:00

terug naar huidige collectie per kunstenaar

Jacobus van Looy

1855 – Haarlem – 1930

Jacobus van Looy werd al op vijfjarige leeftijd wees en groeide op in het Haarlemse Gereformeerd Burgerweeshuis, waar thans het Frans Hals Museum is gevestigd. Hij volgde de vakopleiding tot huis- en rijtuigschilder maar omdat hij zo talentvol was mocht hij ook tekenlessen volgen. Hij studeerde verder aan de Rijksacademie voor Beeldende kunsten in Amsterdam waar hij bevriend was met o.a. Willem Witsen.

Van Looy was een bijzonder origineel schilder die zich zowel met landschappen, (kinder)portretten, stadsgezichten als genretaferelen bezighield. Opvallend waren zijn gewaagde composities, vooral zijn gedurfde hoge horizon en felle licht-donker effecten. Later in zijn leven is hij zich met voorstellingen van bloemen en vruchten uit zijn eigen tuin gaan bezighouden.
In 1884 won hij de Prix de Rome. De reisroute die hij mocht maken was van te voren bepaald en bracht hem naar Italië, Spanje en Marokko. Vooral Tanger in Marokko maakte grote indruk op hem. Hij maakte talloze schetsen en tekeningen van deze voor hem totaal nieuwe Oriëntaalse wereld. In 1902 zou hij er terugkeren, samen met zijn echtgenote Titia Van Gelder.
Van Looy was echter niet alleen een talentvol schilder, hij schreef ook proza en gedichten en bereikte daarmee een breed publiek.

Eind jaren tachtig kwam hij in aanraking met de schrijvers van de Beweging van Tachtig, zoals Willem Kloos, Frederik van Eeden en Albert Verwey. Als schrijver werd hij zeer door hen gewaardeerd. Zo zeer zelfs dat Albert Verwey zonder zijn medeweten een gedicht van Van Looy publiceerde in De Nieuwe Gids, het tijdschrift van De Tachtigers.
Met o.a. Breitner was Van Looy een van de eersten die in de tweede helft van de jaren tachtig het alledaagse straatleven in de stad verbeeldde.

Hij exposeerde regelmatig vanaf 1886 en had in 1901 zijn eerste grote overzichtstentoonstelling in Arti et Amicitiae in Amsterdam. De recensies waren verdeeld. Zeer lovend waren de toenmalige directeur van Museum Boymans van Beuningen en medekunstenaar Isaac Israels, maar er waren ook critici die zeiden dat Van Looy een betere schrijver dan schilder was. En Van Looy was gevoelig voor kritiek. Hij koos ervoor om vanaf dat moment niet meer te exposeren. Hij bleef echter wel schilderen en schrijven.

Literatuur : Jacobus van Looy 1855 – 1930 ‘Niets is zoo mooi als zien…’ 1998, Stichting Jacobus van Looy, Frans Hals Museum, Haarlem, Uitgeverij Waanders B.V Zwolle.

De maaier

J. van Looy (1855 – Haarlem – 1930), zwart krijt en pastel, 40 x 30 cm, gemonogrammeerd rechts onder
Herkomst : A. van Gelder, de broer van Titia van Gelder. Zij was de echtgenote van Jacobus van Looy

Gesluierde vrouw in de regen nabij Fez te Marokko

J. van Looy (1855 – Haarlem – 1930), marouflé, 35 x 52 cm, gesigneerd rechts onder en geannoteerd Regen, te dateren 1902
Herkomst : privé collectie Saam Nijstad

Jacobus Van Looy bezocht Marokko twee keer. De eerste maal in 1886, in aansluiting op de studiereis die hij maakte door Italië en Spanje na het winnen van de Prix de Rome in 1885. Hij had toen alleen zijn schetsboek en zwart krijt bij zich, omdat hij, om kosten te besparen, zijn schilderskoffer in Spanje had achtergelaten. Daar had hij veel spijt van, en hij nam zich voor nog eens terug te gaan, maar dan met ‘een rol doek, verf, een tasje met wat goed’. Hij ging inderdaad terug, in 1902 samen met zijn vrouw Titia Van Gelder, en maakte toen vele kleurige pastelstudies en olieverven. Hij legde er het kleurrijke leven van alledag vast en reisde van Tanger naar Fez.

De Stichting Jacobus Van Looy heeft haar collectie ondergebracht in het Frans Hals Museum. In de collectie bevinden zich ook vele werken die Van Looy maakte in Marokko, waaronder deze reisstudie uit Marokko, gemaakt in 1902. Op dezelfde wijze als in het schilderij legde Van Looy de Marokkaanse vrouwen vast, ook met de voor hem zo typerende gedurfd hoge horizon.