C. De Neree tot Babberich (Zevenaar 1880 – 1909 Todtmoos (Duitsland))
Herkomst van de tekeningen : particuliere collectie Nederland
Bronvermelding begeleidende teksten : Sander Bink

‘Portretstudie van Claartje Rijnbende’ (1900-1901)
Potlood op papier met watermerk ‘Pro patria eendragt maakt magt’
34,5 x 21 cm (afbeelding ca 18 x 16,5 cm)

Claartje Rijnbende (Clara Magdalena Albertina Jacoba Elisa, 1881 – 1971) was rond 1900 de grote heimelijke liefde van De Nerée. De relatie werd rond 1902 afgebroken, omdat De Nerée katholiek was en Rijnbende protestant, maar ook omdat haar familie zag vooral niets in een verbinding met zo’n eigenzinnig kunstenaarsfiguur.

‘Portret van mejuffrouw Kappler’ (1904-1905)
Potlood op papier, 34,5 x 22 cm (afbeelding ca 12,5 x 12,5 cm)
Tentoonstelling : Den Haag, Staal Bankiers 1982, cat. nr. 7.

Naast Madame de Schestoff (zie afb 4) was de Duitse Berta Kappler een vrouw die De Neree in 1903-1905 eveneens diverse malen portretteerde. Over haar is nog minder bekend, behalve dat De Nerée haar in de zomer van 1903 ontmoet heeft en dat zij enige tijd een relatie lijken te hebben gehad. Dit speelde zich af in kuuroorden in de Zwitserse plaatsen Arosa en Todtmoos waar De Nerée verbleef vanwege zijn tbc.

‘Portretstudie van Madame de S.’ (1903-1904)
Oost-indsche inkt met pen op papier, 35 x 22 cm, afbeelding ca. 12,5 x 12,5 cm

De mysterieuze ‘Madame de S.’ was Kasarina de Schestoff, een Russische adellijke dame die De Nerée in 1903 in Montreux heeft ontmoet.4 Hoewel zij getrouwd was heeft de kunstenaar mogelijk een, zoals hij het in een brief noemde trieststemmende affaire met haar gehad: ‘Een kleine romance, die mij treurig stemt en sehnsuchtvoll had ik met een dame hier, een Russin nevens ons, mais la saison est morte.’Welke aard hun relatie ook precies had, feit is dat hij diverse portretten van haar maakte die tot de hoogtepunten van zijn werk in de periode 1903-’05 behoren. De Nerée noemde deze portretten ‘geïdealiseerde portretten’. ‘Geïdealiseerd’ is hier niet het vermooien van de werkelijkheid maar De Nerée gebruikte deze term bij portretten waarin hij de persoonlijkheid van de geportretteerde af wou beelden zoals híj deze zag.

‘Portretstudie van een vrouw’ (1903-1905)
Potlood op papier, 16 x 20 cm, afbeelding ca 8,5 x 14,5 cm

Een klein maar indringend portretje van een vrouw, een meisje haast, wier mogelijke identiteit onbekend is.
Een zeldzaamheid in De Nerée’s door duistere en bedreigende femmes fatales en femme fragiles bevolkte artistieke universum is haar vriendelijke blik.

‘Portretstudie van een vrouw en face’ (1904)
Potlood op papier, 18 x 18 cm, afbeelding ca 16 x 15,5 cm

Een naturalistisch portretje van een onbekende vrouw die wel enigszins op mejuffrouw Kappler lijkt (zie afb 3). Het is in ieder geval uit dezelfde periode dus hypothetisch kan zij het of een van zijn andere (Duitse) geliefden zijn.

Enigszins uitzonderlijk bij de ‘kunstenaar van de lijn’ is de opvulling van het gelaat met potlood. Op de achterkant van de tekening is een wirwar van figuren te zien en een vrouwenbeen, mogelijk van deze vrouw. Dat De Nerée naar het naaktmodel tekende blijkt uit de grote hoeveelheid vrouwennaakten dat hij naliet maar die zo goed als nooit geëxposeerd werden.

‘Extaze : Voorstudie voor Inleiding’ (1900-1901)
Potlood op papier, 34, 7 x 21 cm, afbeelding 32,5 x 15 cm
Tentoonstelling : Den Haag, Louis Couperus Museum, 2014-2015

De reeks van vijf tekeningen gebaseerd op Couperus’ Extaze (1892) die De Nerée in 1900-’01 maakte behoren tot zijn bekendste en mooiste werken, in het bijzonder Finale (Gemeentemuseum Den Haag) en Inleiding (Museum Arnhem). Voor hoofdpersoon Cecile uit Couperus’ roman die de kunstenaar hierop verbeeldde stond zijn geliefde en muze Claartje Rijnbende model (zie afbeedling 2.)

Deze vrijwel onbekende voorstudie voor de Extaze-tekening Inleiding is niet meer dan enkele ragfijne lijnen die bijna abstract aandoen en enigszins doen denken aan het werk van De Nerée-bewonderaar en abstracte pionier Jacob Bendien (Amsterdam 1890 – 1933 Hilversum).

‘Studie van een oude man’ (1900-1901)
Potlood op papier, 34,5 x 21,5 cm, afbeelding ca. 22 x 9 cm
Tentoonstellingen: Den Haag, Kunstkring, 1910 (B6 ‘Vrije studie naar een onbekende’); Amsterdam, Arti, 1910 (Idem); Scheveningen, Kunstzaal Arti, 1913 (Idem); Arnhem, Artibus Sacrum, 1913 (Idem); (Rotterdam, Unger & Van Mens, 1914 (Idem); Groningen, Pictura, 1912 (B5); Arnhem, Kunstliefde, 1951 (nr. 65 ‘Etude d’un vieil homme inconnu.’); Den Haag, Staal Bankier, 1982 (nr. 16); Den Haag, Louis Couperus Museum, 2014-’15 (‘Studie van een oude man.’)

Een vaak tentoongestelde tekening die qua stijl doet denken aan de Kop van een Hindoe uit omstreeks 1906 in de collectie van het Teylers Museum. Deze tekening is waarschijnlijk van eerder.