Hobbe Smith
Hobbe Smith
Witmarsum 1862 – 1942 Amsterdam
Hobbe Smith was de zoon van een huisschilder. Op jonge leeftijd ging hij in de leer bij een steendrukker en volgde tekenlessen aan de Quelliniusschool te Amsterdam. Door een weldoener en een Koninklijke studiebeurs kon hij de kunstopleiding volgen aan de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten te Amsterdam waar hij les krijgt van August Allebé. Na zijn opleiding ging het Hobbe Smith voor de wind. Hij betrekt een ruim atelier aan het Sarphatipark 42, waar op de bovenetage ook de tien jaar jongere Piet Mondriaan een atelier had.
De losse impressionistische schilderstijl van Hobbe Smith leende zich goed voor het vastleggen van Hollandse landschappen en havengezichten in het bijzonder dat van Amsterdam. Mede daardoor kreeg hij de opdracht schilderijen van de Amsterdamse haven te maken voor de ENTOS, de Eerste Nederlandse Tentoonstelling Op Scheepvaartgebied. Deze wordt van 3 juni tot 1 september 1913 gehouden op het Tolhuisterrein in Amsterdam Noord. De havendienst stelde Smith een boot ter beschikking om ‘live’ schetsen in de Amsterdamse haven te kunnen maken ter voorbereiding van maar liefst twaalf grote doeken. Deze werken worden bewaard in het Amsterdam Museum.
Tijdens de Watersnoodramp van 1916 ging Smits lopend of per fiets vanaf de Tolhuispont richting Broek in Waterland waar hij langs de Broekervaart de ondergelopen Blauwe Polder vastlegde. Hobbe Smith is daarmee één van de vele ‘ramptoeristen’ die met eigen ogen de watersnoodramp aanschouwde. In tijdschrift Het Leven Geïllustreerd wordt al snel na de ramp opgeroepen om het gebied niet meer te bezoeken. Eind januari 1916 toonde Smith zijn actuele watersnoodwerken bij kunsthandel Th. Vlas aan het Rokin te Amsterdam. Een maand later hield hij zijn eerste Zuiderzee-expositie in een gebouw aan de Plantage Middenlaan te Amsterdam. Zelfs Koningin Wilhelmina zag zijn werk vermeldt dagblad De Tijd in de editie van 16 februari 1916.
Bron: Isgeschiedenis

